Evaluatie LFD 2021

De organisatie heeft na afloop van de LFD heel wat positieve opmerkingen mogen horen over de organisatie, het theater en de opzet als geheel.

Ook zijn heel wat “tips” gehoord en was er een korte enquête, waar 25 bezoekers op gereageerd hebben en die geven samen een goed beeld van de verschillende ervaringen.

Voorts hebben we van de filmclub Limburg Noord (voorheen ’t Lenske) een evaluatie toegestuurd gekregen die zich vooral richt op wedstrijd gerelateerde thema’s als jureren en selecteren op kwaliteit, alsmede de hoeveelheid beschikbaar gestelde prijzen.

De belangrijkste zaken die we uit alle feedback hebben kunnen vaststellen op een rijtje:

Maar liefst 60% van de mensen hebben de juryrapporten en het voorlezen daarvan gemist. Die juryrapporten zullen dus in een of andere vorm komend jaar weer toegevoegd moeten worden.

Slechts 32% hebben de herinneringsmedailles gemist, dan wel een diploma van deelname. Toch is dat bijna het derde deel en dus moeten we nadenken òf en hoe we daarop kunnen anticiperen.

68% vond het direct uitreiken van een prijs na het vertonen van de film een verbetering. Misschien moet dit onderdeel wat bijgeschaafd worden, maar is in feite dus goed bevallen.

Maar liefst 96% vindt drie blokken projectie een goede lengte, terwijl 92 % ook voldoende pauze ervaart tussen die blokken. Dat moet vooral zo blijven dus.

68% van de reacties heeft het gemist, dat er geen foto’s gemaakt zijn. Dat onderdeel in de organisatie moet komend jaar dus in ere hersteld worden.

De lunchplek zelf zoeken vindt 84% een prima idee en 88 % van de reacties vindt de toevoeging van het onderdeel ‘één-minuut films’ eveneens een waardevolle toevoeging. Handhaven dus.

Zowel vanuit de enquête, de losse opmerkingen en de evaluatie bij filmclub Noord Limburg horen we de tip om te streven naar meer kwalitatieve selectie vooraf. Er waren wellicht te veel films, die onvoldoende kwaliteit hadden voor vertoning op de LFD. Het is een lastig punt, omdat we natuurlijk graag zoveel mogelijk mensen de kans willen bieden om hun film te vertonen. De suggestie voor een indeling in een “a-filmdag” en een “b-filmdag” zou volgens sommigen een oplossing kunnen bieden. Vanuit de organisatie zullen we ons moeten verdiepen, om daar goed mee om te gaan. Wordt vervolgd dus!

Ook is er e.e.a. opgemerkt over het verschil van beoordeling tussen de Limburg-jury en NOVA-jury.

Laten we de feiten nog even onder ogen zien:

  • Het is drie jaar geleden een uitdrukkelijk wens geweest van onze leden, om de NOVA niet meer “onze” prijzen te laten toekennen. Men kon zich meestal niet vinden in de wijze waarop de NOVA-jury omging met de beoordeling en toekenning van prijzen en hebben de CineLOVA leden toen gepleit voor een eigen Limburgse jury.
  • Er is toen door de leden een schets gemaakt, hoe een eigen jury zou moeten uitzien: Behalve dat deelnemers uitgesloten zijn om zitting te nemen in de jury, moeten er ook jongere mensen zitting nemen, moeten er ook vrouwen in zitten, er moeten ervaren amateurfilmers in vertegenwoordigd zijn, maar ook gewoon filmliefhebbers en, zo werd toegevoegd: liefs veel juryleden, zodat de invloed per jurylid zo laag mogelijk is. Dat was geen eenvoudige opgave om die samenstelling te realiseren, maar we zijn er de afgelopen drie jaren in geslaagd om een zeven koppige jury samen te stellen die inderdaad voldoet aan de genoemde criteria gesteld door de leden.
  • En natuurlijk…… het kan bijna niet anders, dat zo’n jury anders kijkt naar de films als de drie koppige NOVA-jury, waar de invloed per jurylid erg groot is en persoonlijke smaak dus zwaarder weegt. Maar dat is helemaal in de lijn van de verwachtingen, toen het idee geboren werd voor een eigen jury. De uitslag mag dus verschillen! De NOVA krijgt vervolgens het overgrote deel van de inschrijvingen aangeboden en zij bepalen alleen of een film al dan niet toegelaten wordt tot het NOVAfilmgala.
  • Hoe groot was het verschil dit jaar tussen de meningen van de twee jury’s? Laten we beginnen met één opvallend verschil: De film die bij de Limburgse Jury als 16e eindigde, scoorde bij de NOVA net het hoogste. Achteraf bleek dat dit veroorzaakt werd door een uitzonderlijk hoge waardering van één van de drie NOVA-juryleden en dat weegt dus bij drie meningen erg zwaar. Ongewenst zwaar is achteraf vastgesteld.
  • Voor het overige: Uit de top 8 van de Limburgse jury zijn 5 films toegelaten tot het NOVA filmgala. (In totaal 6 toelatingen) Dat mag gezien worden als een prima overeenkomst tussen de beide juryteams. Waarbij smaken verschillen. Van de afgevallen Limburgse deelnemers hebben twee mensen beroep aangetekend bij de NOVA, maar dat heeft niet geleid tot een andere beslissing.
  • Conclusie: De afwijkingen, op een enkele uitzondering na, zijn niet alleen logisch verklaarbaar maar meer dan acceptabel.  Er is dan ook geen aanleiding ontstaan om anders om te gaan met het systeem en organiseren van jureren door twee juryteams. Wel trekt de NOVA haar conclusies en zal de NOVAjury in de toekomst geen drie maar vijf juryleden tellen, waarmee ook bij de NOVA jury de invloed per jurylid aanzienlijk lager wordt.

We hopen u hiermee goed geïnformeerd te hebben. Het bestuur zal bij het opstellen van het CineLOVA programma 2022 nog eens uitvoerig stil staan bij alle tips en tops rond de LFD en daaruit haar conclusies nogmaals afwegen. Uiteraard staan we altijd open voor nieuwe suggesties of ideeën!

Met een vriendelijke groet namens het bestuur en organisatie van de Limburgse Filmdagen,

Jef Caelen

RSS
Vimeo